donderdag 14 augustus 2014

Logboek deel 142

Soortgelijke boot waar Tjoam mee reisde

Een tijdsbeeld van de voorstelling ‚olwiefkenijs' mitsgardes de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent. 
Extra een hoofdstuk over het muzikantenleven van mijn kameraad Tjoam vanaf 1960.

De voorstelling olwiefkenijs

Deze week, de 16e juli 2014, de tweede keer dit jaar met ‚olwiefkenijs’ in het verzorgingshuis ‚Vliethoven' Delfzijl opgetreden. De vrijwilligers in gepaste kleding, schoolmeisjes van vroeger, dat is toch wel heel leuk verzonnen. Het ging als vanouds goed, ook weer vele bekenden getroffen die daar noodgedwongen verblijven.

De 19e aug. met ‚olwiefkenijs’ naar Winschoten, olwiefkenijs in het Vondelhuis. De voorstelling heeft een grondige opknapbeurt gehad, we gaan er weer tegenaan. Heb deze week, de 10e aug, de geluidsopname van het eerste hoofdstukje gepresenteerd aan een paar radio stations, dus afwachten. Al hoor je er niks van blijft het toch spannend. De voorstelling is zeker rijp voor een groter publiek, maar dat heb je weer niet in eigen hand.

Het is nu de 13e augustus 2014, kreeg vanmiddag een telefoontje van het Vondelhuis waar ik bleef...optreden vergeten? Het wordt toch zeker oppassen dat mijn geheugen me niet in de steek laat. In mijn postvak had ik nog de mail, de bevestiging, daar stond in de 19e augustus terwijl in de aanvraag stond de 13e augustus. Ze hebben dus mijn bevestiging niet gelezen anders hadden ze het wel gecorrigeerd. Ik heb in mijn suffe kop de 19e geschreven terwijl het de 13e moest zijn. Dus...een grote teleurstelling voor beide kanten.
Het is niet altijd zonneschijn, ik dacht nog vanmorgen...wat een fijne dag helemaal geen verplichtingen, de paardjes verzorgen, gras maaien en dan lekker werken aan een klarinet. Ik had dus wel verplichtingen, kan me wel voor de kop slaan...het is de tweede keer in 'my hole live' dat ik ergens niet present was.

De voorstelling olwiefkenijs

De voorstelling heeft een opknapbeurt ondergaan. Het wordt nu verkleden, typetjes doen. Ik ben eerst de schoolmeester, niet helemaal nieuw, zal voor ieder hoofdstukje een korte inleiding geven in het Nederlands. Waarom?..omdat er altijd westerlingen of andere allochtonen in de zaal zitten die zich toch een beetje opgelaten voelen tussen de Groningers. Ze kunnen het wel verstaan maar nog niet praten mitsgardes de Groningers mij nog moeilijk kunnen volgen zullen zij het helemaal niet begrijpen. Nu krijgen ze tenminste een deel van het verhaal mee.

Vervolgens omkleden... nou... omkleden gewoon een petje met een jasje aandoen, dan ben ik Tammo de kwajongen. Tammo zal aan het eind van ieder hoofdstukje de Groninger woorden doornemen met het publiek. Als intermezzo kom ik dan als Vladje Vladikokof de Rus die op zijn klarinet zigeunermuziek ten gehore brengt, met als achtergrond zigeunerbeelden over hoe deze mensen leefden. Je ziet ze hier in de regio niet meer...De bedrijvigheid, de woonwagens, de paarden.

Het leven van Tjoam, mijn kameraad, de muzikant

Ik berichtte al over de belevenissen van mijn kameraad Tjoam op het eiland Borkum. Ik kan er nog een boekwerk aan wijden, maar dat zou te ver gaan. Tjoam kwam na het werk op Borkum weer thuis alsook zonder werk...werd toen door de gemeente gevraagd om muziek te schrijven voor de opening van de schouwburg de Molenberg in Delfzijl. Iedere vereniging moest iets doen en zo ontstond de Eemsmond Big Band. Tjoam had de beste muzikanten verenigd wat een hele klus was. Ze hadden het in die tijd altijd over...overbelasting...Tjoam kreeg een beetje zijn zin, er werd besloten één keer per maand te repeteren ...meer zat er niet in. De media liep erop vooruit en vermelde dat Glenn Miller was opgestaan terwijl het orkest nog niet eens was begonnen. Tjoam als speelbal van de geschiedenis was de grondlegger waar Delfzijl nog veel plezier aan zou beleven, dat geeft hem voldoening tot aan de dag van vandaag. Trouwens Tjoam heeft nog wel een kanttekening zoals bij vele clubs treed nu wel heel duidelijk de vergrijzing in en het zou jammer zijn niet aan de toekomst te denken.

Ongeveer in 1975 speelde Tjoam met 'Take five' als huisorkest bij de marmerkoning van het noorden Bruno Santanera. Hier moest het orkest bijna alle artiesten begeleiden die Nederland in die tijd kende. Het was 'live' begeleiden er was toen nog geen cd of usb stick die op de achtergrond meedraaide. Al snel werd Tjoam gevraagd als dirigent voor verschillende orkesten...Ik zal het hele rijtje noemen...DHO Delfzijl, DSHO Appingedam, Excelcior Finsterwolde, Nieuw Leven Winschoten. Uiteindelijk bleef Excelcior Finsterwolde over, Tjoam voelde zich daar thuis...gemoedelijk,  geen stress, borreltje erbij. Tjoam zou daar 25 jaar blijven. Dat betekende 25 jaar door de polder rijden vandaar de liefde voor de polder en nooit geweten dat hier ooit het Reiderland was met 33 dorpjes.

Toch nog een belevenis

Tjoam werd uitgenodigd als entertainer voor een groep zakenmensen uit Delfzijl, een reisje naar Norderney. De trip ging per boot „De twee gebroeders“ uit Termunten. Het gezelschap vertrok s morgens vanuit de haven van Termunten, nog maar net de sluizen gepasseerd kwam de Berenburger en de zoute haring voorbij...dat zou leuk worden dacht Tjoam. Het weer was geweldig de Dollard lag er als een fluweeltje bij...zo glad als ‚Blanke Hans“ zoals de Duitsers de Dollard noemen. De mensen vermaakten zich met een kaartje leggen plus de leuke achtergrond muziek in de sfeer van ‚''Jungs van de Woaterkant’...Opeens een boem, de boot lag stil, vastgelopen op een zandbank. Tjoam genoot van dit natuurverschijnsel, het was even wachten tot het water weer hoog kwam. De reis verliep voorspoedig het was één en al gezelligheid en zo tufte de boot naar Norderney. Het gezelschap werd daar vriendelijk begroet met, hoe kan het ook anders...Ostfriezen Körn.
s’Avonds speelde Tjoam in het Bootshaus, de gezelligheid kon niet op...drank en vrouwen. Tot zover alles goed...de overnachting was geregeld, eten super wat wil een mens nog meer. Tjoam moest toen ieder jaar met oud en nieuw naar Norderney om de lui daar te vermaken.

Echter de terugvaart...

Er waren enkele amateur zeelui aan boord alsook gelukkig een professional die het water hier op zijn duimpje kende. De amateurs stonden natuurlijk te borrelen boven in het stuurhuis en besloten buitenom maar eens te varen. Buitenom wil zeggen, buiten de eilanden om, behoorlijke zeegang. De professional die vroeger hier op dit water dagelijks op zijn viskotter de visjes uit het water haalde, maande Tjoam het orgeltje met een dik stuk touw vast te zetten. Tjoam deed wat hem werd opgedragen maar bij het bukken werd hij duizelig, zeker een soort zeeziekte dacht Tjoam, liet het orgel aan zijn lot over, besloot achter op het dek te gaan zitten met de rug tegen de kombuis, zo kon hij het verstand erbij houden. Hij zat daar ook nog lekker warm want onder het ijzeren dek liep iets warms van de motor of zo die zorgde voor een lekker warm achterwerk. De boot slingerde als een dronkenlap. Het werd zelfs zo erg dat de borden als vliegende schotels achter de bar wegvlogen en de kopjes er achteraan kwamen.
De 'stappers' lagen verspreid op de grond te spartelen als 'poggediksteerten.' De zee werd steeds onstuimiger,Tjoam dacht dat hij op de kermis beland was in zo’n schommelbankje, de boot ging behoorlijk tekeer. Eén van de zakenlieden ging bij Tjoam staan, hield zich vast aan de trapleuning...vertelde met angst in zijn stem dat hij echt bang was, waarop Tjoam zei dat hij moest gaan bidden, dat doen zeelui altijd zei hij er achteraan...Ja dat kist wel zeggen zei de man maar dan moet ik mijn handen loslaten en dat doe ik niet. Tjoam zag ook hele grote boten in de verte...De professional passeerde en sprong de trap op naar het stuurhuis...vloekte...bölkte... dit gaat mis ze raken steeds meer uit koers, we zijn al bij de scheepvaart route. Toen wist Tjoam dat het eigenlijk ook een beetje ernst was...het schommelde ook zo verschrikkelijk je zat bijna boven op een golf en daarna ging je de diepte weer in en dat keer op keer er kwam geen eind aan. De grote zakenman met zijn Mercedes aan wal zat nog steeds vast aan de trapleuning en jammerde aan één stuk door. Had het over zijn leven wat zo leuk was geweest alles ging als een film aan hem voorbij. Tjoam leefde met hem mee, zag de volgende golf alweer op zich afkomen. De paniek ging zo’n slordige half uur maar het leek wel drie dagen...al dat golvend water er kwam geen eind aan. Gelukkig kregen ze de boot weer op koers en kwam Borkum in zicht. Het kompas daar lag het aan...meer was er ook niet aan boord, zwemvesten laat staan een reddingsbootje had niemand van gehoord. Misschien was het er wel maar waar...Het kompas was uit het lood zeiden ze...niemand had schuld, maar waar het eigenlijk aan lag zei Berenburger blijft tot nu toe een geheim. Trouwens het merendeel van de mannen is nu normaal overleden. Tjoam ziet ze nog levendig voor hem staan op de boot...toch een belevenis.

Groetjes
Tammo















zondag 27 juli 2014

Gedicht op zundagmörgen




De widde wieven.

Tjoam dreumde over dansende wieven,
kreeg n gevuil as n kat de rogge wrieven.
Steert aal hoger, wat gebeurde der nou,
in deurzichtige klaiden om hom tou.

Tjeum dreumde toun dat hai vloog,
in de hemel mit de wieven hail hoog.
Aine van de wieven zat achterop steel
Tjoam op bezem haar alles in t gereel.

Opains ropt t wief, wat n wind, het tocht
Tjoam schrok, vloog hoast oet de bocht.
Hai ruip jas aan, doar scheet t weer hìn
de opwinnen groot Tjoam de kop glìn.

Opains glee t wief van steel, lag op grond
de bainen omhoog en de boxem vol...poep
Tjoam muik een landing, vlak veur n widde wief
mit baide bainen op grond en steert slap aan t lief.


© Tammo Pottekieker 2014
Wolndörp










donderdag 10 juli 2014

Logboek deel 141


Borkum

Een tijdsbeeld van de voorstelling ‚olwiefkenijs' mitsgardes de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent. Extra een hoofdstuk over het muzikantenleven van mijn kameraad Tjoam vanaf 1960.

De voorstelling ‚olwiefkenijs.'

Ik ben vorige week met ‚olwiefkenijs' naar Winschoot geweest. Het optreden was niet voor de Old Fellows zoals ik in mijn vorige blog schreef maar ODD FELLOWS.  De heren, ze noemen zich broeders, hebben een eigen clubgebouw in het centrum van Winschoten.

Bij aankomst werd ik vriendelijk begroet, tevens geleid naar de plaats waar het ‚olwiefkenijs' moest gebeuren. Tijdens het installeren van mijn apparatuur werd ik steeds onderbroken, nieuw in mijn carrière een ieder stelde zich persoonlijk aan mij voor. Eén broeder nodigde me uit plaats te nemen aan een lange tafel tussen de anderen. Er werd wat gekletst en op een gegeven moment vroeg mijn buurman of ik op de hoogte was van hun club..."De loge van Graaf Adolf."  Ik liep met hem mee naar een andere zaal...nou..."mond vuil mie oet hoaken." Het leek een beetje op de 2e kamer van onze regering in Den Haag maar dan in het klein.

Odd Fellows betekent zoiets als ‚de overige gezellen'...Het waren in vroegere tijden de gezellen, die niet bij een gilde waren aangesloten, laten we maar zeggen buiten de boot vielen en deze buitenbeentjes richtten een eigen club op. Omstreeks 1745 werd in Engeland geschreven over de Odd Fellows. Het is toch fantastisch om met een groep gelijk gestemde mensen de diepte in te gaan over wereldlijke en ethische zaken. Nou dat past toch precies, misschien word ik nog eens voorgedragen, de geruchten deden al de ronde.

De club heet een loge in dit geval de loge van Graaf Adolf. De broeder vertelde dat er tijdens een zitting niet gesproken wordt over geloof of politiek, toch staat in het midden van de zaal een soort katheder met daarop gelegen een bijbel en een kaars.
Aan de voorkant van de katheder prijken de woorden...vriendschap...liefde...
waarheid en hoop. Doelstelling is elkaar te helpen, een betere wereld te creëren Eén keer per week is er een bijeenkomst, dan wordt tijdens de zitting het ethisch denken bevorderd door middel van lezing. Ik las op internet dat de loges (wereldwijd) veel aan goede doelen doen, dus al met al een nobel streven.

Een heel verhaal, ik had er nog nooit van gehoord...wat kan een mens toch met oogkleppen door het leven gaan. Dank zij internet krijg je nu gemakkelijk informatie en duidelijkheid over dergelijke zaken.
De voorstelling liep uitstekend, de worst en andere zaken van de de barbecue werd genuttigd...al met al een gezellige leerzame avond vlak voor de vakantie van de broeders.

Het volgend optreden is in het verzorgingshuis ‚Vliethoven.' Dit jaar alweer voor de tweede keer. k Ben bezig met nieuwe hoofdstukken te schrijven over regio figuren uit het verleden die de moeite waard zijn om over te berichten, misschien zijn zij ook de Odd Fellows van het Groninger land.

Toevallig kreeg ik een boekje van de schrijver Willem Keuning, beter bekent als dichter Willem de Mérode of als de schrijver Jan Bos...Het spreekt me zeer aan, ongeveer dezelfde opzet als mijn olwiefkenijs. Een paar hoofdrolspelers die allerlei dingen beleven in het dorp. Veel oude Groninger woorden en spreuken passeren de revue...naar mijn bescheiden menig kon het ook wel een onsje minder...maar erg mooi en inspirerend.

Tjoam mijn vriend de muzikant over zijn belevenissen op Borkum

Ik schreef al over de belevenissen van mijn kameraad Tjoam, in zijn periode als entertainer op het eiland Borkum, ombie 1970-1975. Iedere week kwam hij met de boot naar Delfzijl om van zijn vrije dag te genieten. Ik kreeg dan de bizarste verhalen te horen wat er die week weer was gebeurd op het eiland.

De uitbater waar Tjoam voor werkte had volgens Tjoam een Inselkoller, dat is een aandoening in de hersenen die je krijgt als je lang op een eiland verblijft. De man was stapelgek, kon zeker de weelde niet verdragen want de zaken liepen goed...maar als je Inselkoller hebt is de vraag hoe lang het duurt.

Op een avond stond de baas zelf achter de bar plat Duuts te snacken...Tjoam noemde zijn baas ‚Drupke, waarom behoeft geen nadere verklaring. Er was veel geroezemoes, rook van dampende sigaretten, de muziek hard, de sfeer uitstekend. Tjoam kreeg van een rijke dame voor de zoveelste keer een flesje massagewater voor zijn wondervingers, zoals ze Tjoam zijn vingers noemde. Je gelooft het of niet, vertelde Tjoam, zo gaat dat op Borkum ‚high live' noemen ze dat daar.

De stemming werd die avond nog meer opgevoerd, Drupke kreeg na zijn zoveelste drankje Inselkoller. Hij verkondigde luid en duidelijk aan zijn bar publiek dat hij de baas was van het eiland, bovendien stond hij in nauw contact met Scotland Yard die hij dan ook direct belde ten aanschouw van zijn publiek. In steenkool Engels sprak hij een paar woorden met wie...dat weet tot nu toe niemand...legde dan vervolgens de hoorn neer en keek het bar publiek aan met een blik van...zo...zie je wel dat was ik. Hij werd bewondert door de toeristen als een onvervalste echte stoere Borkummer een echte Fries...De Inselkoller sloeg weer toe Drupke pakte zijn geweer...het publiek aandachtig, een slok een trek aan een sigaret, spanning.  Drupke richtte op een klein rond raampje... schoot...een knal...de kogel scheerde vlak boven een stel die voorheen nog rustig aan een tafeltje zat, de man was bijna gescalpeerd...raampje geraakt gerinkel... Een paar mensen zochten een veilig heenkomen en Tjoam dacht onder het spelen van het lied „mijn naam is haas"  oh jee als dat maar goed afloopt.

Het duurde een uurtje, Drupke was druk achter de bar...de enigste politieman op het eiland, bijgenaamd ,de òlle, kwam de bar binnen. Wat was er gebeurd?
De kogel was door het raam gegaan vervolgens door een schutting, vervolgens bij de buren door een raam tegen een hangende bloempot aan, die dan vervolgens op de grond viel vlak voor de voeten van een toerist die vervolgens flauw viel. Nadat de vrouw een poosje in dekking had gelegen belde zij de sheriff. Na een kort onderzoekje van de òlle moest de kogel achter de bar wegkomen van Drupke en ziedaar daarom stond de òlle nu hier...

Drupke keek verbaasd, had net nog met Scotland Yard gesproken en nu dit...wat is dan zo'n eiland sheriff vergeleken met Scotland Yard. Na een kort gesprekje ging Drupke mee naar het bureau...de andere helft van het publiek was inmiddels ook vertrokken. Tjoam speelde nog steeds het lied...'Mein naam is Haas.'  Na drie kwartier stond Drupke weer in de deuropening met een lach van oor tot oor...Vroeg waar is het publiek...waarop Tjoam antwoordde dat het aan de muziek lag maar Tjoam zei er direct bij dat hij grotere zalen had leeg gespeeld.

Hoe is het afgelopen..."Nou" zei Drupke, „ik heb de jongsk van Borkum even gebeld en we hebben de sheriff achter de tralies gezet, kachel ervoor geplaatst...nou die zit nog wel even." Zou Drupke dan toch de baas zijn van Borkum? Een dag later vroeg Drupke zich af waar het publiek toch bleef...het is toen een paar dagen niet druk geweest vertelde Tjoam. Hoe liep het af...nou er werd versterking gehaald uit Emden en Drupke moest nog een keer verantwoording afleggen. Verzachtende omstandigheden kreeg hij van de Òlle in verband met Drupke zijn Inselkoller. Het werd afgedaan met een verontschuldiging en een geldboete.

Groetjes
Tammo