zaterdag 8 november 2014

Logboek 145


Tjoam op de bok...okkerdebok!


Een tijdsbeeld van de voorstelling 'olwiefkenijs' mitsgaders de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent. Extra... een biografie over mijn kameraad Tjoam de muzikant vanaf 1960

Logboek olwiefkemijs 6/11/14

De voorstelling weer in een vernieuwd jasje werd vandaag in Blijham goed ontvangen. Dus met een goed gevoel naar de volgende voorstelling 19/11/14 Vriescheloo alsook 20/11/14 Veendam. Het vele werk heeft zich weer geloond. Ik kreeg zojuist een aanvraag voor een optreden en een bedankje voor de gezellige middag in Blijham...nou wat zèg je der van...mooi toch...komt Jan Splinter weer deur de winter. Een oud gezegde zegt van een schnabbel komt een schnabbel.

Het schrijfwerk

Ik heb de afgelopen periode mijn schrijfwerk eens bijeen geraapt benevens sta ik versteld van de hoeveelheid. Van een saxofoon-lesboek, keyboard-lesboek, paardenboekje, kruidenboekje tot aan vijf delen olwiefkenijs over de geschiedenis van het Reiderland. Ik wil alles digitaliseren en op orde brengen, daarna via marktplaats als e-book aanbieden. Zonder dat ik er weet van had zal ik mijn groot aantal gedichten ook nog gaan verzamelen en eveneens aanbieden. Een E-book te versturen is een prima manier om de kosten te beperken voor zowel producent als consument.

Grote bestanden kun je gemakkelijk versturen via WeTransfer, het mooie is dat het alles ook nog te begrijpen is voor een Ommelander. Het is nog niet afgelopen want het aantal composities moet ook nog eens onder de loep worden genomen. De klassieke stukjes, de composities voor klarinet en weet ik veel wat er nog ligt. Alles digitaliseren en de kasten leeg maken...weg ermee...prullebak.

Breaking News

Ik werd vanmorgen 7/11/14 gebeld door de Vara of ik bereid was voor een interview, te praten over verspild subsidiegeld bestemd voor het maken van nieuwe volksliederen. Ik had er iets over geschreven in mijn blog over volksliedjes, dat hebben de heren ter harte genomen. De man vertelde dat er landelijk €200.000 subsidie wordt uitgegeven voor nieuwe volksliedjes in opdracht van diverse gemeenten. Liedjes die vervolgens in de kast belanden alsook niemand kent. Ik ben benieuwd wat voor vragen de heren hebben. Ik zou zeggen Oldambt zet je schrap.

8/11/14

Ik heb er een nachtje over geslapen, dat is altijd goed zegt men. De heren willen a.s. dinsdag komen maar ik zal het toch maar afzeggen. Ik ben nu lekker rustig voor mezelf bezig en in welk potje ga je roeren is de grote vraag, vervolgens vind ik het vergeleken met andere (cultuur) subsidies maar pinuts...Voor een toneel gebeuren werd toenderstijd hier in het Oldambt €100.000 neergelegd en we hebben vervolgens nooit weer iets gehoord van synergie, want dat moest het teweeg brengen. Een meneer kreeg toen €20 000 voor een liedje maken onder de mom van vernieuwing en dat was het inderdaad dus hier kun je niets van zeggen. Ik vraag me af wat is dan €7500 voor een Oldambter volksliedje die we helemaal...héélemaal niet kennen. Ja goed...het geld was beter besteed naar de amateur verenigingen die op apegapen liggen...dus in welk potje ga je roeren heren en dames politici, dan is het volgende verhaal over Tjoam iets vrolijker...

 
Een biografie over mijn kameraad Tjoam de muzikant vanaf 1960

Tjoam krijgt een burn out...of hij komt in de overgang.

Tjoam vertelde mij „k Bin zo zat van dat lesgeven.“ De hele dag in een kamertje weer de Hansje Kleins en de Merrily we roll along’s aan te horen. Het is ook een opgave die je geen mens gunt.
Tjoam dacht ik ga niet mijn hele leven in zo’n hokje zitten terwijl buiten de zon schijnt. De oplossing kwam spoedig er ging een deur open en Tjoam stapte blindelings door de deur op weg naar zijn nieuw avontuur.

Tjoam had een schnabbel als entertainer in een manege in Winschoten, kwam aan de praat met een oude bekende die in de paarden zat. De man vroeg of Tjoam een compositie kon maken voor zijn dochter die aan dressuur rijden deed. Het paard moest dan op Tjoam zijn muziek huppelen. Tjoam trapt altijd overal in dus enthousiast...enthousiast het kon niet op. Het stuk was klaar en het paard huppelde feestelijk op Tjoam zijn muziek. „Wat moust der veur hebben“ vroeg de man...ja...wat moet je daar voor nemen, na een kleine bespreking met Teutje zijn vrouw werd besloten geen geld te vragen maar Teutje haar wens in vervulling te brengen. Zij wou zo graag eens een keer op een paard kruipen. Dat was geen probleem voor de man en van het één kwam het ander. Teutje had een leuke pony gezien en die moest er komen. Tjoam en Teutje hadden een paard maar waar moest dat ding staan...de manege was de aangewezen plaats. Teutje rijden en Tjoam wou dan gaan mennen, een karretje werd aangeschaft en het feest kon beginnen. De eerste lessen had Tjoam al gehad met een ervaren paard van de manege en het verliep fantastisch. Zoals ik Tjoam ken was hij ook nu voor 200% enthousiast, boeken werden aangeschaft over paarden en het nieuwe leven kon beginnen.

De burn out was in geen velden of wegen te bekennen.

Rosita was de naam van de pony een heel leuk beestje. De dag was aangebroken dat Tjoam helemaal alleen al de pony kon aanspannen en een ritje kon maken. Tjoam had er geen rekening mee gehouden of het peerd het zelf wel wou. Tjoam zat op de bok en terwijl hij riep vòt...vòt mor..
klikte nog wat met zijn tong...ging dat beest liggen...liggen voor de kar...Tjoam zijn mond viel oet hoaken...Gelukkig kwam de manegehouder snel en kon hij het peerd weer omhoog krijgen. Het dier wou helemaal niet...vandaag niet en morgen niet en overmorgen wou het ook niet.

De gymschoenen

Wat ervaren deskundigen hadden het peerd onder handen genomen maar nu was er weer een ander probleem. Als het was aangespannen ging het peerd er vandoor...niet helemaal vandoor maar zo’n 30 meter en dan liep het weer normaal, maar de eerste dertig meter was een probleem. Tjoam kocht gymschoenen en moest dan eerst 30 meter meerennen en dan in volle vaart op de kar springen.
Na de dertig meter ging het dan goed maar het dier liep altijd gespannen, het zou wel aan Tjoam zijn handen liggen, je moet het gevoel hebben hadden de deskundigen gezegd maar ook zij probeerden het en het peerd wou dan ook niet.

Elke week was er menles en elke week was er ook wel de één of ander peerd die echt aan de kletter ging. Tjoam ging met knikkende knieën naar de les met het idee wat zal er vanavond weer gebeuren. Jammer dat er toen geen filmpjes zijn gemaakt Youtube had gesmuld. Het ging ook allemaal nèt goed met de menners en Tjoam bleef een beetje verschoond van het gedoe maar zijn tijd zou nog komen. Op een mooie dag werd besloten een buitenrit te maken in de bossen rondom Gasselte een prachtige omgeving ware het niet die ene diepe sloot waar de pony van Tjoam een 'roam nam’ en Tjoam meenam in de sloot. Desondanks werd het koetsiers diploma gehaald was geen probleem want een ieder kreeg zo’n diploma. Tjoam ging aan de studie, huurde land en de pony kwam thuis. Het was niet afgelopen want als de ene pony niet zo’n zin heeft dan de tweede wel dus er kwam een tweede, derde, vierde, vijfde pony. Er kwamen twee geiten die weer kleine geitjes kregen en hup Tjoam was boer. Een oude trekker werd gekocht en het kon niet op.

Tjoam kwam tot bezinning

Of toch niet? Tjoam wou geen muziekles meer geven, lekker in de buitenlucht was voor hem geweldig. Tjoam studeerde maar door, nog maar een mendiploma en nog één. Teutje stelde voor om ook maar een hoefbekap cursus erbij te doen want de hoefsmeden kwamen als ze zelf zin hadden.

Tjoam deed ook nog een cursus over voeding en nog een hele rare cursus over massage en meridianen het hele peerd werd binnenste buiten gekeerd. Tjoam ging naar Lelystad waar lezingen werden gehouden door geleerden het kon niet op. Tjoam besloot zijn eigen kruidenvoer te produceren en dat aan de man te brengen. Het lukte en Tjoam stond uren te mixen, knoflook en melasse en granen totdat Tjoam een hele dag stond te draaien aan een wiel om te mixen. Tjoam dacht als ik er een borrel naast zet gaat het een beetje met plezier en zo zong Tjoam het liedje van Michael de Ruyter van s morgens vroeg tot s 'avonds laat „ in een blaauw geruite kiel draaide hij aan het grote wiel.“ Na geruime tijd bleek dit ook geen goed idee te zijn daar de opdrachten steeds groter werden nou dan kan één man dag en nacht doordraaien aan dat wiel. Tjoam zag het niet meer zitten temeer hij er achter was gekomen dat het peerdevolk net kangeroes zijn. Hoge sprongen en lege buidels, maar de paarden staan, desondanks de peerdeboeren, bij Tjoam al van kinds af aan hoog in het vaandel. Tjoam bekapt nog steeds de hoeven van pony’s bij de mensen en heeft in 2006 weer inspiratie gekregen om muziek te gaan maken over zijn stokpaardje „olwiefkenijs.“ Je zou kunnen stellen...je zou voorzichtig kunnen stellen...schoenmaker blijf bij je leest.

 
Groetjes
Tammo



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

woensdag 10 september 2014

Logboek deel 144



Een tijdsbeeld van de voorstelling 'olwiefkenijs' en de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent. Extra... een biografie over mijn kameraad 
Tjoam de muzikant vanaf 1960.

Logboek „Olwiefkenijs,“

De vooruitzichten van de voorstelling zijn goed. Ik kreeg vorige week onverwacht een bezoekje van een Duitser een oude bekende, een optreden in het grensgebied zit dus al in de maak. 'Olwiefkenijs’ ietwat aanpassen zomede zou het daar goed kunnen uitpakken. k Heb in het verleden al eens voor de Duitsers een succesvol stuk geschreven over Wupke en Gupke, later nog eens over Klein Erna t’wicht van t’Wad.  Voor de Duitsers was het half Grunnegs/Duuts dialect geen enkel probleem. Je kunt ook leuke woordspelingen maken, die in beide landsdelen hilarisch werken. Dus...inspiratie.

Een tijd geleden heb ik een berichtje verstuurd naar de burgervader, fractie-voorzitters van het Oldambt. Even wat van me laten horen, nee... niet over subsidie of geld, maar gewoon even een berichtje uit het veld, zoals zij het noemen. Ik heb zoals verwacht niets meer gehoord, zou zo graag eens willen optreden voor het Oldambts politiek gezelschap...inspiratie in overvloed.

Alsook heb ik een opname ‚olwiefkenijs’ verstuurd naar de regionale radio-zenders. Zoals verwacht ook hier niets meer gehoord. Het maakt me alleen meer geschikt voor de Odd Fellows. Voor de mensen die het niet weten Odd Fellows zijn mensen die eigenlijk nergens bij horen zich verenigden al vanaf ongeveer 1750...dus hier pas ik dan wel bij.

Ik ga met 'olwiefkenijs’ 4 oktober naar de Pekela’s. Het wordt weer een première, want er is nogal wat verandert. Meer klarinetspel en een hoofdstuk over het leven van rondtrekkende zigeuners. Armoede en verschoppelingen spelen een grote rol in mijn voorstelling, toch eens goed dit onder de aandacht te brengen. Bij ons komt het water uit de kraan, het is allemaal al zo gewoon.
Het Groninger dialect wordt ook steeds aan gewerkt, woorden en zinnen uit mijn vroege straat-taal periode schieten me weer te binnen. Ik bedacht vanmorgen in mijn inspiratiebron het bed, de volgende zin: „ Otte zee der lèst ain aan mie.“  Met Otte bedoelde men stomme idioot of iets dergelijks, maar het mooiste is ‚aan mie.’

Een biografie over mijn kameraad Tjoam de muzikant vanaf 1960

Inhoudsopgave omreden niet in herhaling te vallen.

Logboek 143: Hoe ik aan mijn vrouw kwam door Tjoam.
Logboek 142: Onstuimige bootreis naar het eiland Norderney
Logboek 141: De kroegbaas op het eiland Borkum aan het schieten.
Logboek 140: Een ‚High Live’ bootreis om Borkum.
Logboek 139: Tjoam als bar organist.
Logboek 138: Tjoam zijn aap Suzie.
Logboek 137: Regina Pallast München.
Logboek 136: Tjoam speelde voor de Amerikanen.
Logboek 135: Tjoam zijn schooltijd.

Tjoam was ombie 1975 in de bloei van zijn leven, genoot ervan. Hij was getrouwd met de muziek en rende zich de naad uit de boxem voor Jan en alleman. Zijn vrouw was nooit thuis ze was balletdanseres, danste bij het NND in de stad. Ze ging s’morgens de deur uit en kwam s’avonds weer t’huis. Later werd ze balletlerares bij het Ivak in Delfzijl. De twee leidden ieder een eigen leven en voor Tjoam was dat uitstekend, had zijn vrijheid, zei dan kniezend:
„ n Peerdetand en n vraauwenhand mouten wat te doun hebben, aans begunnen ze te zeuren.“

Het elektronisch orgel deed pas goed zijn intrede in de jaren 1970 en een ieder van jong tot oud zou en moest een tweede Cor Steyn worden. Tjoam was de aangewezen persoon, ging bij de mensen langs om les te geven, een heerlijke tijd zo vertelde hij. Bij de één was je meneer Tjoam en bij de volgende was je lolbroek Tjoam, zo laveerde hij door de verschillende hokjes. Het was in een tijd door een oliecrisis (1973) dat benzine op de bon was, daardoor kochtte Tjoam van een vriend een brommer. Het ding moest iets opgeknapt worden en zo tufte Tjoam na gedane arbeid op de plof door Delfzijl. Het ging van een leien dakje... in de versnelling zetten gas geven ‚doar scheet t hìn.’ Bij de eerste beste kruising moest Tjoam links afslaan maar het ding ging rechtdoor...vanzelf!..wat nu!..paniek! Niet het benul te remmen of gas terug te nemen, nee...in volle vaart recht door. Bijna de vrouw van de vriend waar Tjoam de brommer van had ondersteboven gereden...het trottoir op...over het grasveld en zo verdween Tjoam met plof en al in de bosjes. „Och wat nou“ riep de vrouw..."Oh niks aan de hand“ riep Tjoam vanuit de bosjes „ik moet even plassen.“

Tjoam ging toen verhuizen naar Delfzijl en gaf thuis les. In het weekend met het orkest op de schnabbeltour en door de week s’avonds dirigent spelen. Het akelige van dat dirigentje spelen was dat Tjoam altijd zelf de arrangementen schreef het was onbetaalde tijdverspilling. Het orkest 'Take Five“ kwam tot stand. Tjoam de stoute schoenen aan en hup naar de heer Santanera. De arme man was ziek en hield het bed. Tjoam mocht bij hem komen en het klikte.
De volgende schnabbel was geboren en „Take Five“ werd het huisorkest van de marmerkoning. De volgende keer: Tjoam ging na 17 jaar Delfzijl weer verlaten, verhuizen naar Farmsum en stopte met de muziek...een burn out? Tjoam ging in de paarden.

Groetjes
Tammo



























zaterdag 30 augustus 2014

Logboek 143



De optocht


30-09-12014
Een tijdsbeeld van de voorstelling 'olwiefkenijs' en de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent. Extra... een biografie over Tjoam zijn muzikantenleven vanaf 1960

De voorstelling ‚olwiefkenijs’

Weinig ‚olwiefkenijs’ in de zomer-pauze. De optredens komen langzamerhand weer binnen, vanaf de maand oktober begint het weer. Begin januari is het al druk in de agenda, ziet er allemaal goed uit.

Tjoam de muzikant

Een biografie over mijn kameraad Tjoam de muzikant. Ik schreef de vorige keer over zijn bootreis naar Norderney. Het volgend verhaal gaat over Tjoam als dirigent.

Na de opening van de schouwburg (1975) in Delfzijl werd Tjoam ontdekt als dirigent. Hij had vóór zijn muziekstudie al een dirigentencursus gedaan, dus het vak was niet nieuw. De ene blaaskapel na de andere meldde zich aan. Tjoam klaagde over de muzikale chaos bij één van deze kapellen. De vorige dirigent had namelijk de nadruk gelegd op show dat hield in op een toeter blazen alsook tegelijk rondjes en figuurtjes lopen.

Op een blaasinstrument blazen tijdens een mars, de paardenvijgen of de edele delen behoeden voor een fietspaaltje, is al een kunst maar als je dan ook nog figuurtjes moet lopen dan is het naast het blazen ook nog eens oppassen geblazen. Het was niks voor mijn kameraad Tjoam, maar ze hadden het zo geregeld dat hij tijdens zo’n show alleen maar recht door moest lopen, dan kwam het allemaal goed. Ik heb nog prettige herinneringen aan zo’n blaaskapel gebeuren, ik wil het mijn nageslacht niet onthouden.

Ons uitje naar Duitsland

Tjoam had op een zaterdagavond een optreden met zijn danskapel bij het schilmeer in het clubhuis Boei 12. Doordat mijn vrouw was weggelopen was ik er ook bij, gezellig want ik moest er weer een beetje tussen komen zei Tjoam. Het ging door tot de late uurtjes tot ongeveer half zes in de morgen. Tjoam zijn vrouw was op vakantie en die van mij was weggelopen, zo kwam Tjoam op het idee dat ik maar eens mee moest gaan deze morgen met de blaaskapel, voor een optreden in Duitsland. Ik vroeg nu?...deze morgen?...straks?...ik knipperde nog eens met de ogen en zei „ ben je gek geworden.“ Tjoam herinnerde mij er nog eens aan dat ik er tussen moest komen, weer tussen de mensen zullen we maar zeggen...ik had geen keus.

De bus vertrok om acht uur s morgens, het kon allemaal nèt..even opfrissen en we gingen met hele kleine waterige oogjes de bus in. Tjoam in uniform met de pet scheef op zijn kop en ‚doar scheet t hìn.’ De plaats in Duitsland waar we terecht kwamen is ons tot op heden ontgaan. We werden begroet met pullen halve liters bier het kwam onze oren uit, maar je leeft maar één keer zei Tjoam...niet zeuren.

De kapel moest zich opstellen ergens bij een gebouw, de planning was in een lange optocht met praalwagens en muziek naar het sportveld te marcheren. Voordat zo’n stoet op gang komt, is het wachten en nog eens wachten op het vertreksein, bij elke optocht is dat zo, waarom is mij een raadsel. Tjoam vroeg of ik zijn diplomatenkoffertje kon dragen, wat later bleek in mijn voordeel te werken. Na enig informatie kwamen we erachter dat het acht kilometer was naar dat bewuste spotveld. Acht lange kilometers lopen...Tjoam keek me aan alsof hij door de kraaien was bescheten.

Het sein werd gegeven en de stoet kwam in beweging...Na een poosje viel Tjoam ‚zijn mond oet hoaken’ toen hij mij in de gaten kreeg. Ik zat hoog op de bok naast een koetsier. In de koets zaten dure heerschappen met hoge hoeden, dames met kepokhoudjes die steeds voorzichtig wuifden naar het publiek.
Ik keek achterom, kon het 'grìnzen' niet laten, wuifde ietwat pijnlijk spaarzaam met de vingers naar Tjoam. Hij keek chagrijnig, ik voelde de pijn, hij liep moeizaam ietwat wankelend, hield zich vast aan zijn dirigeerstokje. Tijdens een kleine stop vroeg Tjoam „hoe kom jij in vredesnaam op dat ding naast de koetsier“...Ik zei onnozel droog dat het niet zo moeilijk was. Ik heb gezegd dat ik jouw manager ben en dat koffertje van jouw heeft me daarbij goed geholpen. Tjoam zijn mond ‚vuil weer oet hoaken.’

Op het sporveld aangekomen was er weer bier en bijna iedere muzikant half aangeschoten. De Duitsers waren, in die tijd, al snel tevreden met wat hoempa muziek dus dat was geen probleem. In een lange pauze op het veld, zonnetje erbij, vielen we in slaap, wat zeker nodig was. Tjoam zijn tong reikte al hijgend tot zijn knieën net als een hijgende buldog. Na een poosje rusten zei Tjoam we gaan even een versnapering halen en we stonden zo maar weer aan een gezellige bar op het veld.

Tjoam stootte me aan "moust es zain Tammo doar achter de bar, wat n mooi wief." Tjoam altied mondje in schieterij: "Fräulein hast du al ein Mann?..."Nein“ lachte ze. „ Ich habe einen Mann für dich...koeke maal Tammo aus Delfziel...Ihr past gut zusammen...Ich lade dich ein nach Delfziel zu kommen." Ik keek Tjoam aan, schudde mijn hoofd...opperde...doe bist hartstikke gek Tjoam...Maar de volgende zondag stond ze voor het station in Delfzijl en we zijn nu alweer 30 jaar getrouwd dankzij Tjoam.

Groetjes
Tammo