woensdag 24 augustus 2011

Even op een zijspoor




De ole schoul in Grimmersum.


Een verhaaltje in het plat,

Ik was des-tieds schoulmeester in Lötjehörn en toun ik op n keer deur dörpstroade luip noar schoul, zag ik dat aal kinder oet heur doun waren. Ze waren onder mekoar aan t gugeln en proaten, dat ik docht door mout wat aan haand wezen. Ik vruig Kloas aine van jongs woar ik nog al goud mit kon ‘wat binnen joe ja drok vandoag, wat is der te doun.’ Kloas zee: ‘dat kin k nait zèggen meester, ik wil nait flappen.’ Ik zee dat kist mie toch wel vertellen…en noa wat proat kreeg ik hom zo vèr-hìn, dat hai t wel wol vertellen, as ik hom mor nait dee oetschellen. Ik zee: ‘dat komt aal goud mienjong.’

‘Joa meester’ stutterde jong…’guster toun wie deur t loug kwammen, luipen we over tille noar òldiek en opains heurden wie door aine bölken…Help…Help…wie keken eerst om ons tou mor toun wie over brugleunen keken zagen we n hail dik wief noakend op n leutje vlötje in t woater…ze bölkte as n schoap dij mit kop in t schut vastzit… We hebben ons geliek oettrokken en sprongen as pòggers in t moar. We hebben dat vlötje, tussen ons in, aan kaante trokken…en wait je wat ze zee toun we op dreuge stonnen? ‘nu omdraaien en niet kijken!’…joa… dat was vanzulm te loat…wie haren ja alles al zain.’ ‘Zo zo’…zee ik mit n oetgestreken kop… ‘dat was ja n barrel.’

Toun ik om nommedag thoes kwam ston mien kostjuffraauw mie al op te wachten. ‘Mien laive tied’ zee ze…’goud dat je kommen, door is zo’n aldernoarst dik wief dij wil mit joe proaten, ik wer der al mit verlegen.’ Ik zee: ‘wat veur n wief dìn.’ Dat wait k nait ze komt dunkt mie oet stad, ze zee dat ze mit joe proaten wol. k Heb heur in veurkoamer hìnzèt door zit ze op joe te wachten.’

Ik ging gauw in veurkoamer en woarachteg door zat ze aan toavel. Ik vruig: ‘wat kin ik veur joe doun, juffraauw?’ Ze vruig hail wies: ‘Bent U de meester van die onbeschofte kinderen hier in het dorp? Ik wol nèt Joa zeggen mor ze snoerde mie de mond en ravvelde deur: ’Ik kan me niet meer in het dorp vertonen ze roepen me van alles en nog wat achterna en ook nog in die platte boerse taal. Ik wil U de situatie even uitleggen , want ik ben een fatsoenlijk mens. Gisteren, met dat heerlijk weer, wilde ik even zonnen en omdat ik mijn zwemkleding niet bij me had, ben ik zoals de Heer me heeft geschapen, op een vlotje gaan liggen dat daar aan de oever in het water lag en toen Ik een beetje ging peddelen, kwam ik plotseling in een sterke stroomversnelling terecht die mij ongewild meesleurde door het hele dorp.’
Joa… docht ik…as òl Koegel de zieldeuren openzet, dìn gait t haard. ‘Ik schreeuwde om hulp en die rotjongens hebben me uit het water gehaald.’ Ik docht, ‘din heie gelòk had, aans was je mit joen haile aierkörf op t wad terechte kommen.’

‘Mor wat wil je wat ik mout doun juffraauw?’ ‘U bent toch de meester en ik wil dat U de kinderen streng toespreekt om mij niet meer lastig te vallen.’ ‘Dat kin k begriepen juffraauw’ en toun ik heur noar deure brocht zee k nog…’k zal mien bèst doun.’ Ik haar het der loater mit òl mester over en dij lag vanzulm dubbel…Hai zee: ‘Zal k die wat vertèllen?…doe dust apmoal niks!…wat mout dat dikke wief mit blode moarze in t woater.
Even loater, as je t over de duvel hebben, ston ze achter ons in t lokoal…’Goedendag heren…ik ben van de onderwijsinspectie en wil graag met U de les volgen…’dat komt mooi oet’ zee òl mester ‘wie wol t nèt mit kinder zwemmen goan.’


Toelichting,
Het verhaaltje is een eigen interpretatie over een thema uit het boekje ‘As de School noch in d’Loog stunn’ van Liesel Oostinga in het plat-Duuts.

Pòggen = kikkers
Flappen= klikken
Er wordt in het verhaaltje steeds over een wief gesproken en in mijn omgeving wordt dat meestal als ordinair opgevat maar in het plat-Duuts wordt het normaal veel gebruikt en men vindt het een heel normaal woord.
Zo-ook het woord lèllebèl is voor een westerling een verschrikkelijk woord maar in mijn omgeving is het gewoon een vrouw die veel praat dus een babbelaarster, maar wel in slechte zin.
Zieldeuren = sluisdeuren.
Moars = achterwerk=kont=billen. Een deftiger woord voor moars in het plat = neers.
Hai hèt neers dichtknepen = Hij is gestorven.

John Hoekman

zondag 21 augustus 2011

Logboek deel 48




Hoe gaat het verder?

Het is weer zover…hup… achter de computer en schrijven…Ik voel me, nu de teller op 2453 staat, ook een beetje aangenaam verplicht om iets te schrijven. Zo’n teller, of het klopt of niet, geeft toch wel positieve energie. Ze hadden vroeger op school deze positieve energie ook moeten geven.
Ik zweefde altijd tussen goede en slechte cijfers en als je niet goed kon liegen kreeg je thuis ook nog psychisch een opdonder. Ik werd daarom vroeger naar een huiswerkinstituut gestuurd, daar kon ik niet stiekem klarinet blazen en weet je wat ik daarover nog kan vertellen…Je houdt het niet voor mogelijk…weet je wie mij daar nog bij de kraag heeft gegrepen, omdat ik weer spiekte...ja ja…Ede Staal …de Groninger afgod, zo leuk was dat niet hoor…van mij had hij geen standbeeld gekregen, maar hij heeft later toch leuke liedjes gemaakt…dat wel…

Het gaat vandaag natuurlijk weer over mijn project ‘olwiefkenijs.’ Ik ben nu onderhand al een paar jaar bezig met dit project en het groeit lekker…sterker nog… er is weinig van het oorspronkelijke overgebleven. Het is in hoofdstukken verdeeld en van drie heb ik nu één gemaakt en op een CD/DVD gezet. Het moet wel leuk zijn voor de interne radio/tv zenders in de zieken- en verzorgingshuizen, dus dat gaat zeker lukken.

Hoe gaat het nu verder…nou…het gaat eigenlijk vanzelf. Er is één video die gaat over …’vroeger was het anders’…Deze video laat zien hoe het vroeger ging en hoe het nu gaat…Ik schrok eigenlijk zelf van de grote veranderingen van de laatste 60 jaar en waren deze veranderingen allemaal wel zo goed?

Je ziet in mijn voorstelling hoe men vroeger naar een nabij gelegen dorp wandelde waar de markt werd gehouden. Je ziet even later hoe drie of vier rijen auto’s op de snelweg naast elkaar rijden om hun doel te bereiken. Je ziet hoe een venter met humor zijn waar aanprijst aan een groepje huisvrouwen en je ziet even later hoe de mensen nu onpersoonlijk in rijen staan bij de kassa in de supermarkt. Vroeger ging men met een kannetje naar de weg om de melk en een praatje te halen en nu komen we om in de verpakkingen en vragen ons af hoe we kunnen recyclen en hoe het duurzamer kan…dus mijn project krijgt steeds meer… een …een… ‘eye opener’…effect.

Groetjes,
John Hoekman
www.ponyhoefsmid.nl of www.olwiekenijs.nl

zondag 24 juli 2011

Logboek deel 47



Logboek deel 47

Hier dan weer een berichtje van ‘Tammo dij dreuge’ mijn personage in de voorstelling Òlwiefkenijs…De behoefte is er weer… om iets te schrijven en misschien is er ook nog ergens iemand die het leest, dat is toch wel het leuke van internet.

Het gaat weer… weer… weer… over mijn project…”Olwiefkenijs” en olwiefkenijs betekent in het Gronings familieberichten. Het zijn eigenlijk de familieberichten die in de krant staan, je weet wel de overlijdensadvertenties of andere berichten en die worden, zegt men, hoofdzakelijk gelezen door òle wiefkes.

Ik heb de hele zomer lekker gewerkt om de boel te verbeteren en met name de muziek-opnamen en zoals er velen al zeggen…”Die man blijft maar aan het veranderen”…maar uiteindelijk, zeg ik dan maar zo, moet er toch iets uitkomen en het laatste seizoen was een succes…behalve... het laatste optreden was een flop…Ik ga nooit meer optreden voor een reünie van boeren…Ze merken niets eens dat je er bent…Ja wat wil je…Alle dagen alleen op zo’n grote machine op het land en als ze dan tussen de mensen komen zijn het net blinde peerden en welke boer luistert er dan naar zo’n provinciaal dorpsartiestje…Trouwens één dame vond het leuk maar ze kon niets verstaan omdat de mensen om haar heen teveel lawaai maakten…

Het leuke van mijn show is dat ik kon volstaan met alleen de filmpjes te laten zien onder het motto…wie kijkt die kijkt en wie wil praten die praat… maar later dacht ik…wie van de boeren interesseert zich nu ook voor de armoede van de arbeiders waar mijn show hoofdzakelijk over gaat…De dorpsomroeper zijn eerste woorden waren ook altijd…“Hoort… hoort… zegt het voort…Boeren…burgers…en buitenlui”…Hij zei nog net niet…koninklijke familie…boeren…burgers…en buitenlui…Ik heb een paar jaar geleden het volgende gedicht gemaakt.

Van Finnewol tot Dollard tou (Finnewol = Finsterwolde)
van t Hammek tot aan diek
waren boeren wies en slaauw
in heur korenrepubliek.

Van Finnewol tot Dollard tou
van t Hammek tot aan diek.
mozzen lu voor dag en daauw
tot navvel tou in t sliek.

Van Finnewol tot Dollard tou
van t Hammek tot aan diek
Zummen nou boeren gries en graauw (zummen=loeren)
op subsidie en krediet.

Ik moet er nu toch voor waken dat ik niet de politiek er bij haal of haat heb tegen de boeren want ik ben zelf op een boerderijtje geboren en getogen.

Éen ding wil ik toch nog wel even kwijt…
Ik kreeg deze zomer een bezoekje van een man die een organisatiebureau runt. We waren zo aan de praat over en weer… over allerlei zaken en zo ook over mijn ervaringen met de noordelijke cultuur-subsidie-verslinders en wat schetst mijn verbazing…”Pas op” zei de man…ze zijn allemaal lid van dezelfde politieke partij en ze bekleden allemaal een hoge positie in die partij…Oh dacht ik…het klopt toch…Links lullen en rechts vullen.

Groetje dan maar weer
John Hoekman